Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Eerste stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1880
14e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5270
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
dikte geheel wegdenkende, en dus alleen de buitenste vlakte be-
schouwende, krijgt men in zijne verbeelding de voorstelling van
liet vlak.
§ 7. Bij al het hier gezegde liebben wij van verschillende uit-
gebreidheden gesproken: namelijk van lichamelijke-, vlakte- en
lengte-uitgebreidheden, of, wat op hetzelfde neerkomt, van licha-
men, vlakken en lijnen. Bovendien nog van punten, welke geen
afmetingen hebben, en dus eigenlijk niet tot de uitgebreidheden
behooren. De meetxunst nu omvat alles, wat tot de beschouwing
der ligging en uitgebreidheid van lichamen, vlakken en lijnen, en
der ligging van punten betrekking heeft. Daarbij let men niet op
de eigenschappen der stof, waaruit de beschouwde voorwerpen
vervaardigd ziju; men bepaalt zich alleen tot de eigenschappen
hunner uitgebreidheid en betrekkelijke ligging. Om de verbeelding
hierbij te hulp te komen, bezigt men teekeningen of nabootsingen
der te beschouwen uitgebreidheden: deze nabootsingen worden figuren
genoemd.
In dit Eerste Stukje der Meetkunst bepalen wij ons tot de be-
schouwing van lengte- en vlakte-uitgebreidheden. De daartoe
behoorende figuren stellen de beschouwde uitgebreidheden in hare
wezenlijke gedaante voor; zij worden vlakke figuren genoemd, en
bij al hetgeen wij in dit Stukje zeggen zullen, hebben wij uit-
sluitend lijnen en punten op het oog, die zich werkelijk in het vlak
der figuur bevinden.
Oiiderselieidiiig der lioofdsoorten van lijnen
en vlakken.
§ 8. Men onderscheidt de lijnen in rechte en kromme. De rechte
lijn is de kortste weg, om van eenig punt tot een ander te ge-
raken. Wat hare lengte betreft, wordt zij de afstand der twee
•punten genoemd. Men kan haar voorstellen, door een fijn haar
volkomen te spannen en de dikte van dat haar weg te denken;
ook door den scherpen kant van een liniaal.
Lijnen, die niet recht zijn, worden kromme lijnen genoemd.
Lengte-uitgebreidheden, die uit de niet rechte samenvoeging van
twee of meer rechte lijnen bestaan, noemt men gebroken lijnen.
Waar het geen dubbelzinnigheid kan te weeg brengen, noemt
men de rechte lijn vaak blootweg eene lijn.