Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Eerste stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1880
14e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5270
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
1 N !U) li I». \XV.
veelhoek te beschrijven, die het dubbel aantal
zijden heeft.............Bladz. 96.
Gevolgen. 1®. Wanneer twee van de drie groot-
heden a' en r gegeven zijn, kan men de
derde berekenen............— 97.
2®. Hetzelfde, wanneer r als eenheid wordt aangenomen. — 97.
§ 147. Werkstuk. In een gegeven cirkel een regelmatigen
vierhoek te beschrijven.........— 97.
Gevolg. De straal gegeven zijnde, kan men de
zijde berekenen............— 97.
§ 148. Werkstuk. In een gegeven cirkel ee:i regelmatigen
zeshoek te beschrijven..........— 97.
§ 149. Wekkstuk. Ineen gegeven cirkel een regelmatige»
tienhoek te beschrijven.........— 98.
Gevolg. De straal gegeven zijnde, kan men de
zijde berekenen............— 99,
§ 150. algemeerïegevolgen van§143—§149, strekkende
tot het beschrijven en berekenen der zijden van de
in- en omgeschreven regelmatige veelhoeken, wier
aantal zijden opgesloten ligt in eene der reeksen:
4, 8, 16, 32, 64, 128, enz.;
3, 6, 12, 24, 48, 96, enz.;
en 5, 10, 20, 40, 80, 160, enz.;
zoo voor eene willekeurige lengte van den straal,
als voor r=l............— 99.
§ 151. Vraagstuk. In en om een gegeven cirkel een
regelmatigen zesennegentighoek te beschrijven, en
de zijden dezer twee veelhoeken voor eene wille-
keurige lengte van den straal te berekenen. . . — 100.
Over liei vinden der lengte van cirkel-omtrekken cn
cirkelbogen, § 152—§ 155.........— 101.
§ 152. Bepaling. Men kan zich voorstellen, dat de omtrek
eens cirkels, in een punt doorgeknipt, tot eene
rechte lijn uitgepannen wordt. De lengte van deze
lijn noemt men de lengte van den cirkel-ontrek.
Hierin ligt van zelf opgesloten, wat men door de
lengte mn den cirkelboog verstaat......— 101.
§ 153. Hulpstelling. Wanneer men in en om een cirkel
regelmatige veelhoeken beschrijft, wier aantal
zijden uitgedrukt wordt door de termen der reeks
n, 2;^, 4», euz. heeft het volgesde plaats:
1". De omtrekken der ing. regelm. veelhoeken worden
aanhoudend grooter, doch blijven steeds kleiner
dan de omtrek des cirkels;