Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Eerste stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1880
14e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5270
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
I N li O r D XX!.
§ 120. Werkstuk, Ecu cirkel te beselirijven, die eeu
gegeven cirkel in een gegeven punt aanraakt, cn
bovendien door een gegeven punt gaat. . . . Bladz. 77.
Over liet meten der hoeken door middel van cirkel-
bogen, § 121 — § 131.........- 78.
§ 121. Werkstuk. De grootste gemeenc maat te vinden
van twee gegeven cirkelbogen, die met denzelfden
straal beschreven zijn.........— 78.
§ 122. Werkstuk. De grootste gemeene maat vau twee
gegeven hoeken te vinden........— 78.
§ 123. Stelling. Twee willekeurige hoeken zijn evenredig
met de cirkelbogen, uit hunne hoekpunten met
willekeurige doch onderling gelijke stralen, en
tusschen hunne beenen beschreven.....— 79.
Gevolg. Wanneer men uit het hoekpunt van een
willekeurigen hoek met een willekcurigen straal
een cirkel beschrijft, staat die hoek tot 4 rechte
hoeken in reden, als de tusschen zijne beenen
begrepen boog tot den geheelen omtrek. ... — 79.
§ 124. BsrAHNG. Een hoek, wiens hoekpunt in het
middelpunt van een cirkel ligt, noemt men mi
hoek aan hel middelpunt; eeu hoek, wiens hoek-
punt in den omtrek eens cirkels ligt, terwijl beide
beenen den omtrek snijden, noemt men een hoek
aan den omtrek. In beide gevallen heet de cirkel-
boog, begrepen tusschen zijne beenen, de boog
waarop die hoek staat.........— 79.
§ 125. Stelling. De hoek aan het middelpunt is gelijk
aan den boog, waarop hij staat......— 80.
§ 126. Bepaling. Twee cirkelbogen, of ook wel een
cirkelboog en een hoek, worden complementen
of eikaars supplementen genoemd, wanneer de som
der aantallen graden, minuten, seconden enz., in
beide begrepen, 90*^ of 180" bedraagt. ... — 81.
§ 127. Stelling. Een hoek aan den omtrek is gelijk aan
de helft van den boog, waarop hij staat ... — 81.
Gevolgen. 1®. Alle hoeken, die in een zelfde
cirkelsegment staan, zijn onderling gelijk. . . — 82.
2". Elke hoek, die in een halven cirkel staat, is recht. — 82.
Opmerking. Over het meten van hoeken, wier
hoekpunt in den omtrek ligt, zonder dat hunne
beenen den omtrek snijden........— 82.
ff. Wanneer het eene been eene koorde, en het andere
eene raaklijn is...........— 83.