Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Eerste stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1880
14e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5270
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
XIY. 5 Ml Oïj 1).
figuur slechts vaii ééue liju afhangt, zullen alle
figuren, die vau deze niet anders verschillen dan
in de lengte dezer lijn, met haar gelijkvormig zijn.
Derhalve zijn alle gelijkzijdige driehoeken gelijkvor-
mig, eveneens alle vierkanten en ook alle cirkels. Bladz. 53.
2®. Tot de gelijkvormigheid van twee driehoeken wordt
vereiseht, dat de zijden des eenen evenredig zijn
met die des anderen..........— 54.
§ 86, Stelling. Twee gelijkhoekige driehoeken zijn gelijk-
vormig, en omgekeerd, twee gelijkvormige drie-
hoeken zijn gelijkhoekig.........— 54.
Opmerking. De gelijke hoeken staan over de
evenredige of gelijkstandige zijden, en omgekeerd — 55.
Gevolgen, 1®. De lijn , die in een driehoek even-
wijdig loopt met eene der zijden, snijdt van dezen
driehoek een anderen af, die gelijkvormig is met
den oorspronkelijken..........— 55.
2°. Twee driehoeken zijn gelijkvormig, wanneer twee
hoeken des eenen gelijk zijn aan twee hoeken des
anderen..............— 55.
3®. Twee rechthoekige driehoeken zijn gelijkvormig,
wanneer een scherpen hoek des eenen gelijk is
aan een des anderen..........— 55.
4®. Twee gelijkbeenige driehoeken zijn gelijkvormig ,
wanneer hunne tophoeken of hunne hoeken aan
dc basis gelijk zijn..........— 55,
5°. Twee driehoeken zijn gelijkvormig, wanneer de
zijden des eenen evenwijdig zijn met, of loodrecht
staan op die des anderen........— 55.
Opmerking. Bij gelijkvormige driehoeken, die in
het laatste geval verkeeren, zijn de gelijkstandige
zijden diegene, welke evenwijdig loopen of lood-
recht op elkaar staan.........— 56.
§ 87. Stelling. Twee driehoeken zijn gelijkvormig, wan-
neer zij een gelijken hoek hebben en de zijdon
ora dien hoek evenredig zijn.......— 56.
§ 88. "Werkstuk. Op eene gegeven lijn een driehoek te
beschrijven, gelijkvormig met een gegeven driehoek,
wanneer gegeven is met welke zijde des gegeven
driehoeks de gegeven lijn gelijkstandig moet zijn. . — 50.
§ 89. Werkstuk. Van eene zeer kleine lijn de evenmatige
ondtrdeelen te vinden..........— 56.
Opmerking. Op dit werkstuk berust de samen-
stcllinj; van schalen...........— 57.