Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Eerste stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1880
14e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5270
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
I N II O U I). M.
begrensd is, wordt een veelhoek genoemd. De be-
doelde rechte lijnen heeten de zijden; haar som is
de omtrek; de punten, waarin zij elkaar ontmoeten
zijn de hoekpunten, en de hoeken, die zij twee aan
twee vormen , en waar binnen de veelhoek gelegen
is, de hoeken des veelhoeks........Bladz. 39.
Gevolg. Een veelhoek heeft evenveel hoekpunten
en hoeken als zijden...........— ^10.
§ G7. Bepaling. Elke lijn, die twee niet op elkaar vol-
gende hoekpunten eens veelhoeks vereenigt, draagt
den naam van diagonaal, of hoekpunts-lijn. . . — 40.
§ 08. Bepaling. De veelhoeken worden naar het aantal
hunner hoeken, en dus ook naar dat hunner zijden,
onderscheiden in , vier-, vijfhoeken enz. . . — 4Ö.
Gevolg. De driehoek is de eenvoudigste van alle
veelhoeken.............— 40.
§ C9. Stelling. De som der supplementen van de hoeken
eens veelhoeks is altijd gelijk aan vier rechte hoeken. — 40.
§ 70. Stelling. De som der hoeken van een n-hoek is
gelijk aan {n—2) maal twee rechte hoekeu. . . — 41.
Gevolg. De som der hoeken van een driehoek is
2, van een vierhoek 4, van een vijfhoek 6 rechte
hoeken enz..............— 42.
§ 71. Bepalingen. V, Een vierhoek wordt doorgaans met
behulp van slechts twee letters benoemd.
2°. Een vierhoek, waarvan de zijden twee aan twee
evenwijdig loopen, noemt men parallelogram.
Eene der zijden is zijne basis, en de afstand van
deze tot de daarmee evenwijdige zijde is de hoogte
van het parallelogram..........— 42.
§ 72. Stelling. Elk parallelogram heeft de volgende eigen-
schappen :
1". Iedere diagonaal deelt het in twee gelijke en gelijk-
vormige driehoeken;
2". De overstaande zijden alsmede de overstaande hoeken
zijn twee aan twee even groot;
3". De diagonalen deelen elkaar wederkecrig midden-
door;
4". Wanneer twee overstaande gelijke hoeken scherp
zijn, zijn de twee andere stomp; de diagonaal,
die tegenover de stompe hoeken staat, is d;in de
grootste;
5". Wanneer een der hoeken recht is, zijn de drie
andere ook recht, en de diagonalen zijn dau on-
derling gelijk.............— 42.