Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Eerste stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1880
14e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5270
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
IGG
360. Wauüccr de lophoek ccüs gelijkbeenigen driehoeks 72" bevat,
hoe groot moeten dan zijne opstaande zijden genomen worden,
opdat hij een inhoud van 10-f-2J/5 M^. hebbe.
361. In een gegeven cirkel een rechthoek te beschrijven, wiens
basis het drievoud zijner hoogte is: cn zijn inhoud te be-
rekenen, wanneer de straal des cirkels 3 dM. lang is.
362. Van een trapezium, dat om een cirkel beschreven is, zijn
de beide schuine zijden en de straal des bedoelden cirkels
gegeven: men vraagt zijn inhoud te berekenen.
363. Het in 't voorgaand vraagstuk bedoeld trapezium uit dc aldaar
voorkomende gegeven te construeeren.
Meetkunstige plaatsen.
§ 174 - ^ 181.
364. In eene gegeven lijn een punt te bepalen, dat van twee
gegeven punten op gelijke afstanden verwijderd is.
365. Een cirkel te beschrijven, die twee gegeven elkaar snijdende
lijnen aanraakt, en wiens middelpunt op eene gegeven lijn
ligt.
366. Er zijn gegeven twee evenwijdige lijnen en eene lijn, die
ze beide snijdt: men vraagt de cirkels te beschrijven, welke
deze drie lijnen aanraken,
367. Met een gegeven straal een cirkel te beschrijven, die door
eeu gegeven punt gaat, en eene gegeven lijn aanraakt,
368. Met een gegeven straal een cirkel te beschrijven, die door
een gegeven punt gaat, en een gegeven cirkel uitwendig
aanraakt.
369. Met een gegeven straal een cirkel te beschrijven, die door
een gegeven punt gaat, en een gegeven cirkel inwendig
aanraakt.
370. Met een gegeven straal een cirkel te beschrijven, die een
gegeven cirkel in eene gegevene lijn aanraakt.
371. Op de koorde van een gegeven cirkelsegment als basis een
driehoek te beschrijven, waarvan de top in den boog van
dit segment ligt, en waarvan de inhoud gelijk is aan dien
van een gegeven trapezium.
372. Een cirkel te beschrijven, dien eene gegeven lijn in een ge-
geven punt, en bovendien eene andere gegeven lijn aanraakt.