Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Eerste stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1880
14e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5270
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
297. Een vierkant te beschrijven, dat gelijk is aan dc som of het
verschil van twee gegeven driehoeken (§ 165 cn § 169).
298. Een gelijkzijdigen driehoek te beschrijven, die evenveel inhoud
heeft als een gegeven parallelogram (§ 170).
299. Een regelmatigen zeshoek te beschrijven, die evenveel inhoud
heeft als een gegeven trapezium (§ 170).
300. Een regelmatigen achthoek te beschrijven, die evenveel inhoud
heeft als een gegeven vierkant (§ 170).
301. Een trapezium te construeeren, gelijkvormig met een gegeven
trapezium, zoodanig, dat de inhoud van het gevraagde de
helft zij van dien des gegevenen (§ 171).
302. Een regelmatigen zeshoek te beschrijven, wiens inhoud het
I is van een gegeven regelmatigen zeshoek (§ 171).
303. Hoe groot moet de straal eens cirkels zijn, opdat deze 1 dM'.
inhoud hebbe? (§ 172).
304. Een gegeven cirkel in drie gelijke deelen te verdeden door
cirkels, die met den gegevenen gelijkmiddclpuntig zijn (§ 172).
305. Den inhoud te berekenen eens cirkels, beschreven om een
regelmatigen twaalfhoek, welks inhoud 1 Ml bedraagt (N°. 287
en § 172).
306. Een cirkel te beschrijven, wiens inhoud gelijk is aan de soni
der inhouden van eenige gegeven cirkels (§ 169 cn § 172).
307. Een cirkel te beschrijven, wiens inhoud de helft is van het
verschil der inhouden van twee gegeven cirkels (§ 169 cn 172).
308. De omtrek eens cirkels is a M. lang: hoe groot is zijn inhoud?
(§ 172).
309. Hoe groot moet de straal eens cirkels wezen, opdat het
aantal M., begrepen in zijn omtrek, even groot zij als het
aantal M'. in zijn inhoud begrepen? (§ 172).
310. Hoe groot moet de straal eens cirkels genomen worden, opdat
de sector op den boog van 1° een inhoud hebbe van 1 dM'. ?
(§ 173).
311. De inhoud eens cirkelsectors bevat 2 dM'., cn ziju straal
is 2 dM. lang: hoeveel graden enz. bevat de boog dezes
sectors? (§ 173).
312. 'Wanneer men met eene gegeven lijn r als straal een cirkel-
sector beschrijven wil, die evenveel inhoud heeft als een
gegeven cirkel, die R tot straal heeft: hoeveel graden enz.
moet dan de boog dezes sectors bevatten? (§ 172 en § 173).
I. 11