Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Eerste stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1880
14e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5270
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
157
245. Van een rechthoekigen driehoek bevat een der scherpe hoeken
25°15'; indien nu de straal zijns ingeschreven cirkels 1 dM.
lang is, vraagt men de lengte te berekenen der bogen van
dezen cirkel, begrepen tussehen de raakpunten (§ 154).
246. Hoeveel graden enz. bevat de boog eens cirkels, welks lengte
gelijk is aan den straal? (§ 154).
247. Den omtrek te berekenen van een eirkelsegment, welks boog
30° bevat, wanneer men den straal des cirkels als eenheid
aanneemt (§ 154).
248. Van een gelijkbeenigen driehoek bevat de tophoek 35°10';
indien men nu op zijne basis als middellijn een halven cirkel
beschrijft, vraagt men te berekenen hoe dikwijls de basis
begrepen is op elk der bogen, waarin deze halve cirkel door
de opstaande zijden verdeeld is (§ 154).
249. Men vraagt te bewijzen dat de hoeken, die aan de middel-
punten van twee verschillende cirkels op even lange bogen
staan, omgekeerd-evenredig zijn met de stralen dezer cirkels
(§ 154).
250. Dc omtrek eens cirkelsectors staat tot dien van het quadrant
deszelfden cirkels als p.- g; hoe dikwijls is de straal op den
boog van dezen sector begrepen? (§ 154).
251. Hoeveel graden enz. bevat de boog eens cirkelsectors, welks
omtrek het drievoud is van den straal? (§ 154).
Over de inhouden der veelhoeken en cirkels.
§ 155 — § 174.
252. De diagonaal eens rechthoeks bevat driemaal zijne basis: men
vraagt den inhoud dezes rechthoeks te berekenen, indien de
basis als lengte-eenheid, en dus het vierkant op de basis
als vlakte-eenheid aangenomen wordt (§ 160).
253. In een cirkel is een rechthoek beschreven, die driemaal zoo
lang als breed is; men vraagt te berekenen hoe menigmaal
het vierkant op den straal in den inhoud des rechthoeks
begrepen is (§ 160).
254. Hoeveel dM'. bevat de inhoud des rechthoeks in het voor-
gaande vraagstuk bedoeld, wanneer de straal des omgeschreven
cirkels 2 dM. lang is? (§ 160).
255. Wanneer men uit een punt buiten een cirkel eene raaklijn
en eene snijlijn trekt, is het vierkant beschreven op de raaklijn,