Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Eerste stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1880
14e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5270
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
154
312. Hoe haugt liet in 't voorgaande vraagstuk van de gegevens
r en A af, of de top des bedoelden driehoeks huilen, op of
binnen den cirkel ligt P
213. Wanneer men eene in de uiterste en middelste reden ver-
deelde lijn met haar grootste deel verlengt, zal de oorspron-
kelijke lijn het grootste, en het daarbij gevoegde deel het
kleinste stuk wezen eener nieuwe in de uiterste en middelste
reden gedeelde lijn: men vraagt dit te bewijzen (§ 136),
31 é. Van eene in de uiterste cn middelste reden gedeelde lijn is
het grootste stuk gegeven, men vraagt de geheele lijn te
construeeren (N°. 213).
215. Indien het kleinste stuk eener in de uiterste en middelste
reden gedeelde lijn 2 dM. lang is, hoe groot is dan de
geheele lijn? (§ 136).
216. Het verschil v der deelen eener lijn, die in de uiterste en
middelste reden verdeeld is, gegeven zijnde, vraagt men de
deelen te berekenen (§ 136).
217. Op eene gegeven lijn als hypotenusa een rechthoekigen drie-
hoek te beschrijven, zoodanig, dat de loodlijn uit het over-
staande hoekpunt op de hypotenusa neêrgelaten, deze in de
uiterste en middelste reden verdeelt (§ 136).
218. De in 't vorige vraagstuk bedoelde hypotenusa = a gegeven
zijnde, vraagt men dc rechthoekszijden te berekenen (§131
en § 136).
219. Een cirkel te beschrijven, die door een gegeven punt gaat
en eene gegeven lijn aanraakt; indien bovendien eene lijn
gegeven is, waarin zich het middelpunt van den begeerden
cirkel bevinden moet (§ 137).
220. Een cirkel te beschrijven, die door een gegeven punt gaat,
en twee gegeven lijnen aanraakt (N°. 219).
Over liet besclirijven van veelhoeken en cirkels oni
en in eikander.
§ 138 — § 152.
221. De cirkels te beschrijven, die ieder ééne zijde en de ver-
lengden der beide andere zijden eens gegeven driehoeks aan-
raken (§ 139).
222. Den polygoons-hoek eens regelmatigen negentien-hoeks te
berekenen (§ 140).