Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Eerste stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1880
14e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5270
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
VRAAGSTUKKEN EN OEFENINGEN
TER TOEPASSING.
Over de rei-lite lijn, den hoek, den loodrechten
en schuinen stand der lynen.
§ 11 - § 39.
1. lü welken toestand verkeert het supplement van een insprin-
genden hoek? (§ 20).
2. In welken toestand verkeert het complement van een stompen
hoek? (§ 20).
3. Construeer het supplement van een gegeven hoek (§ 21).
4. Wanneer men de iioeken middendoor deelt, waaronder twee
gegeven lijnen elkaar snijden, staan de deellijnen loodrecht
op elkaar: men vraagt naar het bewijs (§ 21).
6. Eene lijn en twee punten buiten die lijn gegeven zijnde, vraagt
men in die lijn een punt te bepalen, dat van de twee gegeven
punten op gelijke afstanden verwijderd is (§ 26 en § 27).
6. Eene gegeven lijn in 3, 4, 8 , 16 gelijke deelen te verdeelen (§ 27).
7. Het complement van een gegeven hoek te construeeren (§ 27).
8. Het punt te construeeren, dat op gelijke afstanden verwijderd
is van drie punten, die niet in eene zelfde lijn liggen (§ 28).
9. Een gegeven hoek in vier gelijke deelen te verdeelen § 36).
10. Twee hoeken te construeeren, waarvan de eene gelijk aan de
som, en de andere gelijk aan het verschil van twee gegeven
hoeken is (§ 37).
11. Hoeveel graden, minuten, seconden enz. bevat f van een
rechten hoek? (§ 38).
12. Wanneer hoek AOC (Fig. 3) 50» 10'14",3 bevat, hoe groot
ziju dan de overige hoeken? (§ 21, § 23 en § 38).
13. Hoe groot moet hoek AOC (Fig. 3) wezen om het drievoud
te zijn van hoek BOC? (§ 21 eu § 38).