Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Eerste stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1880
14e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5270
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
INHOUD.
ifiiciaiiij^, § 1 _ § 8............Bladz. 1.
§ 1. De onbepaalde ruimte Leeft geen grenzen ... — 1.
§ 2. De bepaalde ruimte, door een lichaam ingenomen,
heeftdrie afmetingen: breedte en hoogte of dikte. —■ 1 _
§ 3. De grenzen der lichamen noemt men vlakken; deze
hebben twee afmetingen: lengte en breedte. De geza-
menlijke grenzen van een lichaam noemt men zijn
oppervlak...............— ].
§ é. De grenzen der vlakken noemt men lijnen; zij
hebben slechts ééne afmeting: lengte.....— 3.
§ 5. De grenzen der lijnen noemt men^jw;«//?«; zij hebben
geenerlei afmeting...........— 2.
§ 6, Noodzakelijke werking der verbeelding bij het op
zich zelve voorstellen van vlakken, lijnen en punten. — 2.
§ 7. De Meetkunst behandelt datgene, wat tot de be-
schouwing der ligging en uitgebreidheid van licha-
men , vlakken en lijnen, en der ligging van punten
betrekking beeft...........— 3.
Oiiderseiieicliii!; der lioofdMOorteii van lijnen eii vlakken,
§ 8 — § 11..............— 3.
§ 8. De rechte lijn is de kortste weg om van een punt
tot een ander te geraken. Lijnen, die niet recht zijn ,
worden kromme lijnen genoemd. Gebroken lijnen be-
staan uit de niet rechte samenvoeging van twee of
meer rechte lijnen...........— 3.