Boekgegevens
Titel: De kleine rekenaar: rekenboekje voor de lagere scholen
Deel: 7e stukje. A.
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5265
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202802
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine rekenaar: rekenboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
7
§ 5.
1. Een arbeider heeft zijne spaarpenningen tegen
3% op intrest gezet, en trekt daarvan jaarlijks
rente. Hoeveel bedragen die spaarpenningen?
a. Welk kapitaal brengt, tegen 2,5 % uitgezet,
jaarlijks /500 rente op?
3. Iemand trekt van zijn kapitaal, dat tegen 3,5 %
uitstaat, jaarlijks f 700 rente. Hoe groot is dat kapi-
taal ?
4. Een kapitaal, dat tegen 3 '/j Vo uitstaat, brengt
jaarlijks ƒ420 rente op. Hoe groot is dat kapitaal?
5. Een rentenier, die zijn geld tegen S^t % heeft
uitstaan, trekt jaarlijks f 4500 rente. Hoe groot is zijn
kapitaal ?
Hoeveel rente brengen de volgende kapitalen te
zaraen op :
f 9000 tegen 4% % 'sjaars.
ƒ12400 » 2% % »
ƒ13200 » 3y3 % »
ƒ15600 » sy, % »
7. Hoe groot is het kapitaal, dat tegen 5y4 % uit-
gezet, jaarlijks ƒ862,5 rente opbrengt?
8. Jan trok in een jaar ƒ 0,66 intrest van de spaar-
bank. Hoeveel geld had hij uitstaan, als de bank 2,64 "/„
rente gaf?
9. Iemand moet in Duitschland 520 Mark 50 Pfenn.
betalen. Hoeveel gld. Nederlandsche munt moet hij per
post verzenden ?
10. Een reiziger, die in Rotterdam ƒ12,75 moet
betalen, geeft zes stukken elk van vijf francs. Hoeveel
Ned. geld ontvangt hij terug?