Boekgegevens
Titel: De kleine rekenaar: rekenboekje voor de lagere scholen
Deel: 5e stukje. A. Gewone breuken, (voorbereidende oefeningen)
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5262
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202799
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine rekenaar: rekenboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
§ 18.
1. -1 deel van mijn geld is f 10. Hoeveel geld
heb ik ?
2. Piet verloor ^ deel zijner knikkers. Dat waren
er 7. Hoeveel knikkers had hij eerst ?
3. Van een touw is | deel 20 M. Hoelang is
I deel?
4. En hoelang is het heele touw ?
5. Anna zegt: I deel mijner spelden is 18 spel-
den. Hoeveel spelden zou zij hebben ?
6. Van een stuk katoen werd \ deel verkocht.
Nu bleef er nog 24 M over. Hoe lang is dat stuk
eerst geweest ?
7. Antoon heeft in zijne speeldoos soldaten en
officieren; ^ deel zijn officieren. Als er 25 soldaten
zijn, hoeveel stuks heeft hij dan in de doos ?
8. Uit eene volle melkkan wordt f deel of 4
liter genomen. Hoeveel L was er eerst in de kan ?
9. Als 24 jaren het g deel van vaders ouderdom
is, hoe oud is vader dan ?
10. In zekere gemeente stierf yg^ deel der in-
woners aan eene besmettelijke ziekte. Als er 36
menschen gestorven zijn, hoeveel inwoners had die
gemeente dan voor de ziekte ?
§ 19-
1. Als I deel van mijn geld ƒ10 is, hoeveel is
dan J5 deel van hetgeen ik bezit ?
2. Van een stuk laken wordt | deel en 3 M afge-
sneden. Nu is er nog 5 M over. Hoe lang is dat
stuk geweest ?