Boekgegevens
Titel: De kleine rekenaar: rekenboekje voor de lagere scholen
Deel: 5e stukje. A. Gewone breuken, (voorbereidende oefeningen)
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5262
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202799
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine rekenaar: rekenboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
14. "Welke is de kleinste der volgende breuken:
I, \l, l of J»?
Ift. Zoek uit de volgende breuken de grootste:
5 1 9 7 3 II
8 ) ¥ > 2 4 > 12)4) 16-
§ 15.
Let eens goed op het onderstaande:
0,1 = 6,1 = 6,'„
0,3 = 5^007
0,01 = -rU 0,2 = A = I
0,17 = i'A 2,04 = 2,-U 2,',.
1. Vul nu eens in :
2.
0,3 = 1,7 r:=
0,13 2,19 =
0,231 = 14,001 =
0,1563 = 17,017 =
Vul ook in:
0,6 4,125 - 9,75 =
0,8 12,05 - 11,125 =
0,5 6,024 - 3,002 =
0,25 = 7,64 - 16,625 =
Schrijf met gewone breuken :
0,24 7,375 .6,008
1,35 0,125 7,3125
2,15 10,48 14,0125
3.
4. Wat zoudt ge liever hebben.- f0,625, f^offl?
5. Hoeveel is 0,4 deel van f-IO, — 0,5 van ƒ36,—
0,7 van /' 15, — 0,04 van ƒ 125 ?
6. Eene vrouw kocht 0,25 deel van een stuk laken.
Als het stuk 40 el lang was, hoeveel el heeft de vrouw
dan gekocht ?
7. Hoeveel ct. is 0,08 deel van een rijksdaalder ?