Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
4. Hier moet maar eene enkele e of o ingevxdd
worden.
-pen en n—men
dat ? St—len is
De dieven br—ken de kast
het geld m—de ; m—gen zij
zonde. Wij h—pen vasteiijk in den H—mei te
zullen k—men, als wij Gods geboden onderhouden
Bij veel
Die twee
en 1—ven naar de leering van Christus.
.f;pr—ken zal de zonde niet ontbr—ken.
jongens 1—zen en r—kenen —-ven goed, maar de
een schrijft b—ter dan de andere. B—ter is zoo
zoet niet als h—ning. De t—ren steekt ver b—ven
•de w—ningen uit. Z—ven en n —gen zijn on—ven
getallen. Ik ben tevr—den —-ver uw werk. De
1—pel is van tin, de k—gel van lood, de k—gel
A'an hout, de cent van k—per en de —ven van
steen. De t—renwachter blaast op zijnen h—ren.
Wij moeten —ten om te 1—ven, maar niet 1—ven
om te —ten.
Vul iveer in met e of o.
—lie
m—len
k—ning
r—zen
r—gen
1—lie
z—gen
—zei
z—mer
dr—gen
st—ven
v~gel
st—ken
st—ken
b—de
b—de
m—de
sp—len
V—ger
r—gel
k—ker
m—ter
1-
—ven
—ven
-ten
n—men
g—ven
—pen
h—mei
b—zem
w—der
k—nijn
sm—den
k—ken
z—gel
1—terij
bel—ven
bel—ven
gew—ten
allerw—gen
braamb—ziën
k—renveld
w—ver
verg—ten