Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
de kinderen. Zij komen daar lezen, schrijven, rekenen,,
en nog meer schoone zaken leeren. Zij moeten zich
daar braaf en vlijtig gedragen. Praten of spelen
mogen zij daar niet. Goede kinderen gaan gaarne
ter school, ondeugende niet. Vlijtige leerlingen maken
goede vorderingen. Luie en trage brengen het niet
ver.
lOp*. Vul in en onderstreep't oiulerwefp eenmaal
en 'tijezegde tweemaal.
"Wat ze doen.
Eenden en ganzen —. Raven en uilen —. Mus-
schen en spreeuwen —. Bijen en wespen —. Rat-
ten en mviizen —. Hazen en konijnen —. Schapen
en geiten —•. Leeuwen en tijgers —. Ooievaars en
reigers —. Lood en zink —. Turf en hout —.
Bladeren en bloemen —. Knikkers en ballen —.
Klokken en horloges —. Sneeuw en hagel —. Griffels
en pennen —. Winden en stormen —. Golven en
baren —. Paarlen en edelgesteenten —. Zon , maan
en sterren —.
lOö. Zet eene streep onder het onderwerp van
eiken zin.
In de smederij.
De smid hamert. Het ijzer is gloeiend. De vonken
springen. Het aambeeld klinkt. Ginds staan de knechten
te werken. Jan trekt aan den blaasbalg. Hein is aan
het vijlen. Piet werkt met de boor.
Zie, daar komt een boer voor de smidse. Zijn paard