Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
Knikkers, ballen en kogels zijn rond.
Het vergeet-mij-nietje en de korenbloem zijn blauw..
Alle menscben moeten sterven.
loo. Beantwoord de volgende vragen ; dan krijgt'
ge een mooi opstelletje.
De Zondag.
Welke is de eerste dag der week ? Aan wien is-
die toegewijd ? Hoe wordt bij daarom genoemd ? Wat
mag men op dien dag niet doen ? Maar wat is men:
verplicht, dan te doen ? Gaan brave Christenen op.
dien dag ook naar het lof'?
Houden de kinderen veel van den Zondag ? Trek-
ken zij dan hunne Zondagsche kleeren aan ? Wat.
doen zij , als zij met vader en moeder naar de kerk.
geweest zijn ? En als ze in de week braaf hebben
opgepast, wat krijgen ze dan van vader en moeder ?'
Wat doen ze daarmee ?
lOT- Ni< omgekeerd; maak vragen over het vol-
gende opstel.
VOORHEEI.D : Wat is de school ?
De School.
De school is een gebouw. Zij is groot en ruim.
Er staan verschillende meubelen in, zooals de banken,,
de lessenaars, de borden , de klok , de kachel en zoo
voorts. Aan den wand ziet men een kruisbeeld, land-
kaarten en schoolkaarten. Aan het hoofd der school
staat de onderwijzer. De school wordt bezocht door