Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
103. Schrijf een dubbel ondenverp hij de vol-
gende gezegden.
Voorbeeld : Kleederen en schoenen verslijten.
verslijten,
schijnen,
verflensen,
bruisen.
zijn schuchter,
zijn vrijpostig,
zijn speelziek,
zijn kostbaar.
worden ingemaakt,
worden geslepen,
worden gemeten,
worden gewogen.
er nu vragen van .
kunnen steken,
kunnen stooten.
kunnen krabben.
en onderstreep 't onder-
Ook bij deze:
kunnen smelten,
kunnen branden,
kunnen breken.
Maak
werp eenmaal en 'l gezegde tweemaal.
103. Vul het onderwerp in :
Gust op het ijs.
De — vroor dicht verleden nacht.
Het — was dun. Maar —je dacht:
— zal nu toch wel lijden.
Ha , ha, nu kan — glijden.
— loopt er op. — .stampt en springt....
Krak , krak , daar breekt het —. — zinkt.
Daar ligt — nu , och arme !
Te plassen en te kermen.
« O wee, — zak ! O wee , — zink !
Hulp , hulp , o menschen ! — verdrink !
— moet in 't water smoren.....
— loopt me in neus en ooren !"