Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
öC5, Zet de volgende zinnen eens zoo, dat het
twee i'erstaanhare briefjes worden.
Beste Karei,
Hij heeft twee mooie konijntjes gekocht. Het eene
is grijs en 't andere wit.
Vader heeft ons gisteren een groot pleizier gedaan.
Mijn broer en ik hebben er een mooi hokje voor
gemaakt.
Nu moet gij eens gauw komen kijken , want het is
aardig om te zien.
Uw vriend
Willem.
Geliefde Boortje ,
Ik bid u , zend het toch gauw, want het is hoog
tijd om te zaaien.
Verleden zomer hebt gij mij zaad beloofd van asters
en anjelieren.
Ban zal ik eens zien of Boortje hare belofte ge-
houden heeft.
Overmorgen komt de bode hier.
Hartelijk gegroet van
Uwe vriendin
Josephina.
1>• Zeg eens , wat de volgende dingen zijn ,
en onderstreep H onderwerp eens en 't gezegde tweemaal.
Be goudvisch , de wesp, de spreeuw , de den , de
turf, het kalf.
Zeg nn , lioe ze zijn. Onderstreep weer als boven.
En nu, wat ze doen. Onderstreep » » j»
Maak nu vragen van die zinnen en onderstreep
weer onderwerp en gezegde als boven.