Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
De werkman keert vermoeid naar huis.
De landman zoekt ook weer
Zijn stille haardstee. Mensch en dier
Legt zich ter ruste neer.
Stil is het veld. Stil is het dorp.
Het nachtegaaltje alleen
Zingt onvermoeid. Zijn liedje galmt
Door bosch en beemden heen.
Het licht verdooft. De nacht breekt aan.
Geen blaadje roert zich meer.
Het maantje ziet met bleek gelaat
Op 't slapend landschap neer.
HH. Gebruik elk dezer woorden in drie zinnen.
Deze woorden behoeven niet altijd onderwerp te zijn.
Voorbeeld. De dokter is een geleerd man.
De dokter kan zieken genezen.
Een zieke moet den dokter laten komen.
De dokter, de schilder, de soldaat, de koetsier, de
onderwijzer, de timmerman, de schipper, de naaister.
80. Doe hier hetzelfde als in het vorig nummer.
De rivier, de zee, de visch , het schip , de mug ,
de kikvorsch , de ooievaar.
O O. Doe hier iveer als in 88.
De zonnebloem , het koren , de aardappelen , goud ,
steenkolen , water , zand , asch.