Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
De bloemen gaan open. Frisch zien zij er uit.
De dauwdruppels glinsteren op gras en op kruid.
De landlieden staan van hun legerstede op.
Zij danken den Heer, hun Behoeder.
Dan gaan zij aan 't werk. De boerin melkt de koe.
De knecht geeft den dieren hun voeder.
De boer spant het paard voor den wagen meteen.
Hij rijdt naar zijn weide of akkerland heen.
In 't heldere Oosten verschijnt nu de zon.
Als goud , ja 5 zoo schitteren haar stralen.
Zij wekken ons zoetjes. Fluks zijn wij te been.
De luiaard alleen blijft nog dralen.
De morgenklok luidt van den toren der kerk.
Eerst gaan wij daar bidden. Dan gaan wij aan 't werk.
'T'T'. Tot nu toe spraken wij van een onderwerp,
waarvan iets Éfezeg-tl wordt. Maar over een onderwerp
kan ook iets g-evraajarti worden en dat geeft ook een
zin : een vragendien zin.
Is Willem ziek? Over wien vraag ik P Dan is ----
ook onderwerp. De vraag of het gezegde is hier ....
In den vragenden zin staan de woorden in eene andere
volgorde dan in den niet-vragenden zin :
Is Willem ziek ? Willem is ziek.
Maar het onderwerp blijft hetzelfde; immers in beide
zinnen spreek ik over____
Schrijf de volgende zinnen in twee rijen af; in
de eerste rij de niet-vragende , in de tweede rij
de vragende.
Zet één streepje onder 't onderwerp en twee onder
't gezegde.
Voorbeeld : Is het viooltje blauw ?