Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
Is het onderwerp meervou<iigf , dan moet-
ook het {^ezeffcle ineervoudig- zijn.
Vid nu in : wat ze zijn.
Steenkolen Torens Vesten
Arenden Stoelen Honden
Haaien Appelen Wilgen
Beitels Rozen Vinken
'T'ö. Wat drukken de volgende gezegden uit
Voeg er een meervoudig onderwerp hij.
— zijn hoog. — donker.
— zijn ruim. — paars.
— zijn Iriscli. ■— zacht.
— zijn bang. — sappig.
Be volgende gezegden drukken uit
ook een onderwerp bij.
— breken. — hangen.
— scheuren. — draaien.
— verslijten. — dampen.
— verflensen. — rijpen.
TtS. Schrijf het volgende versje over, alsof het
geen versje was. Begin eiken zin op een nieuwen-,
regel, en onderstreep het onderwerp.
Voorbeeld. De hemel wordt helder.
De schemering begint.
Zomermorgen.
De hemel wordt helder. De schemering begint.
De haan kraait. De vogels ontwaken.
Zij vliegen hun nestje uit vroolijk en blij.
Zij kwetteren op boomen en daken.
Guldens
Grilïels
Bessen
Likeuren
— droog.
— zuur.
— glad.
— vlug.
. Voeg er
— wassen.
— wasschen.
— ontkiemen.
— zinjien.