Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
«4. Schrijf het volgende lesje af, en maak de-
cursief gedrukte werkwoorden, zooals zij hehoorcn-
te zijn.
Het Haasje.
Een haas zitten deftig op het mos
Daar ginds in 't groene dennenbosch ;
Hij likken zijn pootjes , streelen zijn kop
En schikken zijn haartjes , netjes op ;
Hij strijken zijn baardje , spitsen het oor,
Gluren nu naar achter, dan naar voor;
Hij wrijven en poetsen , en nu , hop ! hop !
Daar dansen en springen hij vroolijk op,
En knikken en gapen en lachen zich dik ,
En roepen : « Geen dier zoo knap als ik !
Ik huppelen over hoog en laag,
Ik dartelen door de dichtste haag;
Ik loopen: geen rijpaard kan zoo jagen!
Mei duizend honden durven ik 't wagen !
■\Vie vangen mij ooit ? Ik lacheii en spotten
Met jagersvolk en hondenrot!"
t5ö. Vervolg.
« Gij zwetsen en pochen al erg, mijn haas ;
Gij mogen wel toezien , kleine baas!
Gij weten , hoe slim de jagers zijn ;
Hunne honden snuffelen , ruiken lijn ;
Nog eer gij 't denken, daar vliegen het lood
En schieten u onbarmhartig dood 1"
Maar 'thaasje hooren niet naar dit woord.