Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
Zingen: ik zing, gij zingt, hij zingt, de nachtegaal
■zingt.
Bidden: ik bid, gij bidt, de jongen bidt.
Behalve als er al eene t op 't e i n d staat:
Praten: ik praat, gij praat, wie praat daar P
Schrijf vóór de volgende iverkwoorden ik, gU?
.en nog een jongens- en meisjesnaam, maar geen
■tweemaal denzelfden.
weten gaan blazen
slapen wedden kaatsen
rijden wetten raden
oa. Als er een meervoudig woord voor het
werkwoord staat, dan is het werkwoord ook m e e r-
T o u d i g.
De bloemen bloeien , verflensen; de menschen
ilevi'n ; zij leven , wij leven.
Zet vóór de volgende werkwoorde^i nog eens iU, gij,
hij, wij, en een enkel» oiadïg en een meervouiSig
zelfst. naamw., maar geen tweemaal hetzelfde.
gehoorzamen lijden vinden
staan winnen zitten
lachen breien kruien
Zet vóór de volgende iverkwoorden nog eens
Ik , gij 5 hij , wij ; ook een enkelvoudig en een
meervoudig zelfst. naaniiv. , maar geen tweemaal
hetzelfde.
slaan kleeden bieden
bidden treden gaan
praten braden zetten
T.V. 2. 3