Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
32

Schrijf hier het tegenovergestelde achter.
zwijgen openen bouwen
winnen geven vriezen
koopen vragen beginnen
vergeten goedkeuren planten
leven vullen zoeken
lachen staan aankomen
werken slapen verachten
beloonen rijzen vallen
ÖO. Zei men iU voor eea werkwoord, dan moet
de uitgang en (of n) er af; wat er nog overblijft, heet
de stem. Leeren wordt: Ik
de stam van bet werkwoord leeren.
leer; leer is cus
Schrijf den starn der volgende werkwoorden op met
Ik er voor:
drinken gieten onthouden
zien hameren rekenen
vinden rijden teekenen
snijden groeten gaan
Dikwijls moet men nog wat meer doen dan eu er af
laten. Dit zult gij aanstonds zien.
Schrijf den stam der volgende iverkwoorden op met
ik er voor:
eten trekken lezen
praten dragen geven
nemen boren schaven
vreezen schuren wasschen
blazen leven loven
Ol» Zet men gij, hij of een aqder enkelvou-
dig woord voor een werkwoord, dan moet er do siam
weer achter, met nog eene t.