Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
Werkwoorden.
öT'. Werkwoorden zoggen, wat perso-
nen of dingen werken of doen.
Geef 10 iverkwoordnn op.
B ij na alle werkwoorden gaan uit op en.
Geef 5 voorheelden , en zet ee)i streepje onder den
uiUiang cn.
Zes werkwoorden gaan uit op ii.
Schrijf ze op, en onderstreep de n.
Schrijf op: 1® Wat gij kunt.
Wat de tlmincrnian kan-
3® Wat de boer keen.
4® Wat de Bsoud kan.
Telkens minstens 10 werkwoorden; geen enkel
werkwoord tweemacd; en ze opschrijven naar dit
voorbeeld :
Ik kan loopen , spelen , —, — en —.
öN. Schrijf achter elk der volgende werkwoorden
een ander, dat omtrent hetzelfde beteekent.
werken kloppen verblijden-
Lerninnen besmetten stamelen
vertellen w'onden veinzen
vluchten genezen verkrijgen
verlossen beginnen; overlijden
weenen Ijevelen geeuwen.
delven vloeien rennen
bespotten wassen. gooien