Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
Öf5. Vul weer met passende voornaamw. in :
lijn Vinkje en onze Kater.
Ik had laatst een vinkje van oom Willem gekregen;
— zette — in een kooitje en gaf — zaad en helder
water. — vinkje was spoedig in — nieuwe woning
op — gemak; — wipte en fladderde er vroolijk in
rond en liet van pleizier — stemmetje hooren. ■—■
zong van den morgen tot den avond. O, wat had —
— lief! Nu dezen morgen hoorde — ■— niet, —-
was weg uit — kooitje. ■—■ veertjes lagen hier en
daar in de kamer. O — vinkje, dacht —■, wat is er
met ■— gebeurd ? — wist dit gauw: — oude kater
had — onder — klauwen gekregen. Langs stoel en
kast moet — er bij gekomen zijn en — toen gekaapt
hebben tusschen de spijltjes van 't kooitje door; want
— waren kapot en krom gebogen. O, —arm vink je !
O —, leelijke kater!
öO. Maak bovenstaand lesje nog eens, maar
schrijf er boven :
Mijn Leeuwerik en onze Kat.