Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
— zit nu g-evangen , de spin zuigt — uit,
En stervende zucht nu ons vliegje nog luid :
« Ondeugende spin , — hen valsch door — belogen ,
Wie alles gelooft, ach ! wordt zeker bedrogen !"
f53. De voornaamwoorden uit de vorige nummers
beteekenden personen of dingen; de volgende
zeggen, van wie de dingen zijn.
>Xyu, oii», uw, Kijfi, liaar, liun.
M ij n boek is het boek van m ij.
U w boek is het boek van u.
Hun boek is liet boek van hen.
Dikwijls (eu in 't meervoud altijd) moet men schrijven:
mijn«, onze , uwe, zijne, hare, hunne.
Vul achter de volgende voornaamw, een enkelvou-
dig zelfst. naamw. in, en zeg er bij, wat het te
zamen beteekent.
VooRiiEELD. Mijn schrift is het schrift van mij.
Mijn —. Ons —. Haar —.
Mijne —. Onze —, Hare —.
Uw —. Zijn. —Hun —.
Uwe —. Zijne —. Hunne —.
Ook nog een meervoudig zelfst. naamw. waar dat kan,
Ö4. Vul in met passende voornaamwoorden.
Een iroon moet aan — ouders gehoorzamen : —
moet — eeren en beminnen , want — hekleeden voor
— de plaats van God.
Schrijf nu: Kene dochter moet en ga dan
verder door met bovenstaanden zin.
Nog eens: Kind, gij moet, enz.
Eindelijk: Hinderen moeten aan — ouders ge-
hoorzamen ; — moeten — eeren en beminnen , want
— ouders hekleeden voor — de plaats van God.