Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
Hond en Kat.
Hond en kat kwamen samen bij hunnen huisbaas-
en begonnen tegen elkander te kijven. De kat riep:
«Gij hebt mij in mijn poot gebeten!" De hond riep :
« Gij hebt mij in mijn neus gekrabd !" De kat riep
alweer: « Gij hebt een stuk vleesch uit den ketel
gehaald !" En de hond schreeuwde : « Ik heb u aan
den melkpot zien slurpen !"
Wat deed de huisbaas bij al dit rumoer ? Hij
zocht zijn stok; die lag daar dichtebij. Toen sprak
Jtij: «Gij zijt allebei twistmakers en allebei dieven.
Daarom: opgepast! Of mijn stok zal u wat beters,
leeren !"
C5Ö. Vid in met passende voornaamwoorden:
(Elke versregel moet met een hoofdletter beginnen.)
De Spin en de Vlieg.
Sp. O vliegjelief, kom eens bij —,
— heb voor — wat lekkernij.
O vliegje, — zullen nu samen eens smullen,
— heb hier een klontje — smaakt, o zoo zoet;
— weet wel, — meen het met — toch zoo goed I'
VI. Hebt — voor — wat lekkers staan ?
Ha, ha, dan kom — bij — aan !
De spin is blij , wat heeft — pret!
De onnoozele vlieg komt in het net;
Maar och ! — ziet, daar ligt voor —-
Geen lekker klontje suiker klaar.