Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
U)
knoop. In de verfdoos liggen verfsteentje en penseel..
Een haa)i liehben spoor aan de poot en mooie veer in
den staart. De ooievaar stappen met iiooge heen door
Jiet moeras. De scho(>rstee}i rooken, de boot stoomen.
Over drie loeek is liet vacantie; dan komen mijne
neef en nicht hier. Een hrave zoon volgen de les
hunner vader.
Maak de cursief gedrukte woorden meervoud;
ec en oo blijven in het meervoud, behalve die uit N 30.
De Jaargetijden,
Het is Lente. De en keeren weder ;
de boom krijgen knop en bloesem ; de roos en andere
bloem gaan open ; boon, erwt en andere gewas komen
uit. Geit en schaap grazen vroolijk inde weide, haas
en konijntje spelen in het bosch en het ro^e/Cje (luiten
in boom en haag.
Het is Zomer. De korenaar rijpen , de bes worden
rood , de boer maaien het hooilaml af en rijden met
volle ivagen naar hnime sclniur. Onweerswolk komen
op, de regenhui piassen neer, de goot loopen over,
de sloot stroomen vol. Het koren wordt gemaaid , de
zicht klinken, de halm vallen, de st/(oo/staan op
het veld.
Vervofg.
Het is Herfst. Appel, peer, pruim en noot zijn
rijp; eenige week later ook de druif; aardappel,
wortel, roode kool en andere veldvrucht worden in
de kelder geborgen. Hoe kaal zijn veld en akker!
Ruwe ivindvlaag Jagen de stoppel voort en schudden