Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
SO. Schrijf achter de volgende het tegenover
gestelde.
Voorbeeld ; vriend , vijand.
vriend baas overvloed inkomsten
meester regen leugen begin
koning kind spijs armoede
dag geluk oorlog voorjaar
zomer zee verdriet hitte
morgen vraag vlijt leven
hemel winst haat jeugd
30. Eenigo zelfst. naamw. met eo of oo
verliezen er in het meervoud eene van :
peer wordt peren , zoon wordt zonen.
Maar heer wordt beeren, boon wordt boonen.
De volgende verliezen alle eene c of o. Schrijf ze
over met het meervond er achter.
peer geweer boor school zool
beek beer boog stoof zoon
neef streek noot kroon spoor
week streep roos goot steenkool
31- Maak de cursief gedrukte löoorden meervoud.
De woorden met ee of oo , die ge zult tegenkomen ,
moeien in 't ineervoud ee of oohehoudeny behalve die
in N"^ 30 opgegeven zijn.
De soldaat schieten met geweer en kogel; zij zouden
het ook kunnen met hoog en pijl. Do korporaal heb-
ben >^tvecp op hunne mouw. Ijsbeer zijn grimmige
dier; zij leven in koude streek. Een schoen hebben
een zool en een hak; aan een jas en een buis zijn