Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
Om een zelfst. naamw. meervoud te maken, moet men
■er ©n achtervoegen of s.
10 voorheelden met en, 10 voorheelden met s.
Soms komen er aan het zelfst. naamw. nog ver-
anderingen : haan wordt haneti , uur wordt uren.
Waarom die verandering ?
10 voorheelden.
StoU wordt stoUIten, üesch wordt flesschen. An-
ders zoa er .... staan.
10 voorbeelden.
Staat er al eene e op het eind, dan is eene n of s
genoeg; groent©, groenten, boekje, boekjes.
10 voorbeelden.
f op het eind wordt dikwijls v , s op het eind dik-
wijls 35 : wolf, wolven , laars , laarzen.
10 voorbeelden.
Maak enkelvond:
De laarzen zijn van Ieder,
De vesten van satijn ,
De kandelaars van zilver,
De vazen van porselein.
De potten zijn van aarde ,
De flesschen zijn van glas,
De touwen zijn van hennip,
De kaarsen zijn van was.
De centen zijn van koper,
De muren zijn van steen ,
De jassen zijn van laken ,
De knoopen zijn van been.
De palen zijn van hardsteen ,
De klompen zijn van hout,
De spoorstaven van ijzer,
De oorbellen van goud.