Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
SI. Alfl men verschillende dingen op-
noemt, zet men er eene komma tusachen,
behalve vóór het laatste, daar zet men
en voor; zóó :
Groenten zijn : salade, selderij , andijvie , peterselie en
porselein.
Schrijf nu op naar bovenstaand voorbeeld :
1® Namen van spijzen, 2® van dranken,
3® » )) vloeistoffen , 4« » delfstoffen.
Denk aan de hoofdletter bij het begin van den zin en
aan de pnnt op het eind.
Vóór het zelfstandig naamwoord staat gewoon-
lijk een lidwoord. Lidwoorden zijn er drie : d e , het,
een. Het wordt dikwijls verkort, zóó: V.
Schrijf op met het lidwoord de of het er voor, en
op de manier , die n in N"* 21 geleerd is :
5 namen van viervoetige dieren, 5 van vogelen,
5 van vissclien , 5 van hoornen , 5 van vruch-
ten , 5 van bloemen , 5 van veldgewassen,
J33- Schrijf op met het lidwoord een er voor'.
Welke geldstukken gij kent ^ welke maten en
welke gewichten.
Voorbeeld. Ik ken een gouden tientje, een
enz.
Een zelfst. naamw. is enkelvoud, als men
er een enkel persoon of ding mee bedoelt.
Schrijf 10 voorbeelden op.
Een zelfst. naamw, is meervond, als men er m e e r-
personen of dingen mee bedoelt.
10 voorbedden.