Boekgegevens
Titel: De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Deel: 2e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-weeshuis
Amsterdam: F.H.J. Bekker, 1897 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202791
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine taalvriend: taaloefeningen voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
U
Zie er hier eenige.
Noorden Nederland België Pinksteren
Europa Amsterdam Londen Spanje
Zuiden Noordzee Rijn Scheveningen
Oosten Duitschland Sinaï Hemelvaart
Azië Brussel Rome Kalvarieberg
Afrika Frankrijk Paschen Driekoningen
"Westen Rotterdam Maas Olijfberg
Amerika Zuiderzee Parijs 's-Gravenhage
Australië Engeland Kerstmis Sint-Pietersberg
Schrijf deze eigennamen in rijtjes af.
1® De hemelstreken. 2® De werelddeelen.
3» De landen. 4= De steden. 5« De dorpen.
6® De bergen. 7® De rivieren. 8® De leeën.
9» De feesten.
ÖO- Vttl in met een der eigennamen, die in
19 zijn opgegeven.
Ons land heet — en ligt in —. De hoofdstad er
van is —. In — woont Hare Majesteit de koningin.
Bij deze stad ligt het dorp —. Zijne Heiligheid de
Paus woont te —. De zon gaat in het — op en in
het ■— onder; in het — staat zij des middags; in
het — zien wij ze nooit. Paschen en —- vallen altijd
op Zondag. — en — vallen in den winter. Op den —
is Jesus gestorven , op den — is Hij ten hemel ge-
klommen. Op den berg — gaf God de 10 geboden.
In — spreekt men Fransch, in — spreekt men
Engelsch en in — Duitsch. De Nederlandsche taal
wordt in — en in een gedeelte van — gesproken.