Boekgegevens
Titel: Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Auteur: Jong, S. de
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5150
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202771
Onderwerp: Onderwijs: beroepsonderwijs
Trefwoord: Examenopgaven, Pedagogische academies
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Vorige scan Volgende scanScanned page
05
7. GRONINGEN.
Lezen.
„Vau Eigen Bodem", zesde deeltje. Twee brieven van
een' Japanscben dwarskijker aan zijn vorst.
1.
Het volgende..... „in plaats van zicli toe te leggen op de
ontwikkeling van alle den man betamende hoedanigheden,
steeds er op uit zijn zich de bekoorlijkheden der vrouw toe te
eigenen, zoodat de hoogste trap van verwijfdheid voor den
hoogsten trap van beschaving doorgaat", met eigen gekozen
woorden weergeven. Wie is Al-Fons-Karr ? Opmerkingen
omtrent de eigenaardige sclirijfwijze van dien naam.
Uit hetzelfde boekje gelezen 3 coupletten van „ Wedzang".
Hoeveel voetmaten telt gij in eiken regel? Wat wil het
zeggen: Die ons vonnis wijzen zal ? Wie is Pan ? Waarom
gebruikt de dichter in den S'*®" regel hromt en wat beteekent
die regel?
Zingen.
Li welke maat staat dit stukje? Welke sleutels kent ge
behalve de Viool-sleutel? Noem de groote terts van c, van e,
van gis, van bis. Van een muziekstukje de noten noemen en
daarna in de maat lezen. Iets over triolen.
Rekenen.
Om uit het hoofd te berekenen:
a. Een koopman verkocht eene partij goederen voor
f 500. Had hij die partij voor f (iOO verkocht, dan zou hij
4-maa] zooveel gewonnen hebben, als hij nu verliest. Ge-
vraagd den inkoop.
b. A. en B. bezitten samen f 1000. Als A. f 20 meer
bezit, dan 3-maal 't geld van B., hoeveel elk? 1000 — 245 =
1000 — (245 5) -1- 5. Van welke eigenschap der aftrekking
is gebruik gemaakt? Verklaar de volgende aftrekking "ÜH^f.
(Het voorbeeld is willekeurig genomen.) Hoe maakt men
de proef oji deze bewerking? Waarom met de 9- of 11-proef
en niet met de 2-proef? Bewijs: Gegeven a : b = c : d.
(3«-2c) : (6& —4f/^ =3rt :
Hulpacte '94. 5