Boekgegevens
Titel: Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Auteur: Jong, S. de
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5150
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202771
Onderwerp: Onderwijs: beroepsonderwijs
Trefwoord: Examenopgaven, Pedagogische academies
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
En in ^-mineur? Een stukje staat in b. Hoe kan men het
nu op de gemakkelijkste -wijze transponeeren in een stukje,
dat een halven toon lager is ? Welke driedeelige maten kent gij ?
Teekenen.
Er werd gesproken over lijnen, die loodrecht op het tafereel
staan en die evenwijdig met het tafereel loopen. Teeken de
perspectief van eenen hoepel, die op den grond ligt, die
hoven den horizon ligt, enz. Wanneer is de perspectief eene
rechte lijn? Wanneer zal de perspectief van een stuk ijzer-
draad, dat zigzagsgewijs loopt, eene rechte lijn zijn? Teeken
de horizontale en verticale projectie van een vlak. Kan de
verticale projectie van een vlak langer zijn dan eene zijde?
Ook wel korter? Hoe zoudt gij teekenonderwijs geven?
Teekenen op het bord.
Een muur staat met grondlijn en bovenvlak loodrecht op
het tafereel; welke zijn de wijkende lijnen? Naar welk punt
wijken zij? Hoe moet eene paal geteekend worden, die naast
den muur staat? Hoe maakt men de projectie's van vlakken?
Kent gij eene methode voor het teekenen? Welke? Zoudt
gij schriften met ruitjes gebruiken? Waarom zonder ruitjes?
Zou het niet goed zijn, zulk eene teekening op het bord vóór
te teekenen? Moet die grooter of kleiner zijn, dan die welke
de jongens teekenen? Hoe moeten de jongens zitten? Wat
moeten zij gebruiken, potlood, houtskool of wat anders? Hoe
moet de houding van hand en pen zijn?
Nederlandsche Taal.
Lezen: St. Nicolaasavond. Met eigen woorden weergeven.
Synoniemen van verschillende woorden. Afleiding. Een zin
ontleden. Zeggen, welke bepalingen sommige zindeelen zijn.
In welken naamval staan zij ? Noem verschillende derde en
tweede naamvallen. Iets over verschillende woorden en tot
welke rededeelen zij behooren. Over de hulpwerkwoorden van
wijze. Subjectief en objectief geslacht en getal. Zonnig,
waarvan afgeleid? Welken dienst kan ig nog meer doen?
Over de achtervoegsels, die dienen om bijvoegelijke naam-
woorden te vormen. „Eene hete broods^' welke tweede naam-
val ? Noem eenige tweede naamvallen van bezit. Loover,
waarom met oo? Volgens welken regel? Zijn er nog meer
regels, die gelden voor woorden met oo?