Boekgegevens
Titel: Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Auteur: Jong, S. de
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5150
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202771
Onderwerp: Onderwijs: beroepsonderwijs
Trefwoord: Examenopgaven, Pedagogische academies
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
meest gebruikt voor leesonderwijs? Wat beteekent methode?
Waar dient aanschouwingsonderwijs voor? Welke soorten
van leesmethoden kent gij ? Klank- en spelmethode*. Waar
gaat Bouman van uit? Welke methoden kent gij? Hoe zoudt
gij het zingen onderwijzen? Is de leesmethode Bouman de oudste
of de nieuwste? Waar kenmerkt zich die methode door? Is
het een schrijf-leesleerwijze ? Kunt gij opnoemen, welke normaal-
woorden gebruikt zijn ? Hoe zoudt gij nu de kinderen de eerste
letters leeren volgens Bouman ? Neem de eerste plaat „De Haan".
Kennis der Natuur.
Steekhevel geteekend. Verklaar de werking van den steek-
hevel. Welk gebruik wordt er van gemaakt? Welke is de
wet van Boyle? Bewys die wet. Hoe is de barometer ver-
vaardigd? Hoe kan men er de hoogte van een plaats mee
berekenen? Wat is soortelijk gewicht? Hoe berekent gij
het soortelijk gewicht van vloeistoften? En van de lucht?
Hoe is de werking van den verklikker van de luchtpomp?
Waaruit bestaat de lucht? Hoe laat men zien, dat er water-
damp in de lucht is? Verklaar de ademhaling van den mensch.
Welke vogels kent gij ? Hoe zien de vlerken er uit en waar
zijn de groote en kleine slagpennen aan bevestigd? Noem
aiulere dieren, die vliegen kunnen. Insecten. Beschrijf het
leven van de huisvlieg. Hoe voeden de planten zich? Kent
gij eene plant, die tot de familie der ranonkelachtige behoort? Be-
schrijf die plant. Welke hebben een driehokkig vruchtbeginsel?
Welke proeven kunnen wij nemen met betrekking tot de
lucht? Wat gebeurt er, als eene afgesloten hoeveelheid lucht
verwarmd wordt? Kunt gij den thermometer verklaren? Spijs-
vertering van den mensch. Ademhaling der amphibiën. Vertel
iets van de bij. Vergelijking tusschen het speenkruid en de
veldkers. Kenmerken der één- en tweezaadlobbige gewassen.
De voeding der planten.
Zang.
Een stukje, waarin kruisen en mollen weggelaten zijn,
zingen. Welk is het? In welken toonaard staat het? Een
stukje staat in g. Transponeeren in één van een halven toon
hooger. Noem en schrijf de verschillende rustteekens. Ook
,de sleutels en noten. Een stukje in de maat lezen. Majeur-
toonschaal van g en ds. Mineurtoonschalen van c en g. Een
gegeven muziekstukje twee- en driestemmig maken. Wanneer
een stukje in e-majeur staat, wat komt dan voor aan den balk?