Boekgegevens
Titel: Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Auteur: Jong, S. de
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5150
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202771
Onderwerp: Onderwijs: beroepsonderwijs
Trefwoord: Examenopgaven, Pedagogische academies
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
gewooulijk gesteld met de aanneming van nieuwe leerlingen?
Kent ge een geval, dat liet noodzakelijk zou zijn om de negen
maanden nieuwe leerlingen aan te nemen? Bepaal het
maximum en het minimum aantal leerlingen eener klasse.
Welke bepalingen maakt de wet omtrent het aantal onder-
wijzers, dat aan een school werkzaam moet zijn? Hoe wordt
een openbaar, hoe een bijzonder onderwijzer benoemd?
Geschiedenis.
Vertel, wat ge weet van stadhouder Willem II. Onlusten
in 1650. Wanneer regeerde koning Willem II? Welke ge-
beurtenissen hadden er onder diens bewind plaats?
Zingen.
Welke toonschalen kent ge? Waar liggen in een groote
tertstoonschaal de kleine seconden? Waar in een kleine?
Lezen en zingen no. 3 uit „Zangvogeltjes 3e stukje". Inter-
vallen opnoemen uit dat versje, en de eerste regel transponeeren
in de toonschaal van d.
4. LIMBURG.
I.
Rekenen.
Verklaar de vermenigvuldiging 9.63 x 23.45. Welke
eigenschappen passen wij hierbij toe? Als wij nemen het getal
3970218395 en wij strepen van rechts af ieder keer drie cijfers
af, en wij tellen dan de komende getallen van 3 cijfers
(3, 970, 218, 395) op, dan moeten wij bewijzen, dat het ge-
heele getal door 37 deelbaar is, wanneer de som dezer getallen
deelbaar is door 37. Hoe ontbindt men 960 in ondeelbare
factoren? Bepaal het aantal deelers van 960 en bewijs de toe-
gepaste eigenschap. Als wij de evenredigheden nemen a : h
= 3 : 4, è : c = 4 : 5 en c : = 5 : 6, hoe is dan de ver-
houding van a : d? Als wij de evenredigheden hebben a : h
= 3 : 4, 6 : c = 5 : 7 en c : (Z = 11 : 13, hoe bepalen wij
nu de verhouding tusschen a en d? W'elke eigenschap
kunnen wij op de drie evenredigheden te gelijk toepassen?