Boekgegevens
Titel: Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Auteur: Jong, S. de
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5150
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202771
Onderwerp: Onderwijs: beroepsonderwijs
Trefwoord: Examenopgaven, Pedagogische academies
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
Zingen.
Een stukje in de maat lezen en zingen. Vragen over de
maat. (Enkelvoudige en samengestelde; twee- en drie-deelige.)
Klemtoon. Rusten. De namen der intervallen. Vergelijking.
Groote en kleine tertstoonladder. Waaraan kan men zien of
een stuk in de groote of kleine tertstoonladder staat? Har-
monische en melodische kleine tertstoonladder.
Perspectief.
De perspectief van een kubus teekenen_, waarvan twee
zijden evenwijdig zijn aan het tafereel. Uit den loop der
zijden het oogpunt bepalen. De diagonalen trekken in de
zijvlakken en het zoeken van de verdwijnpunten dier diago-
nalen. Het in perspectief brengen van eenen cirkel.
3. ZEELAND.
l.
Nederlandsclie Taal.
Lezen: „Jongens" van Hildebrand en een gedichtje. Het
gelezeue met eigen woorden weergeven. Wat is het woordje
wat in een opgegeven zin? Hoe kan het meer vooi--
komen ? Waartoe dient de aanvoegende wijs ? Noem een
paar gevallen, dat ze gebruikt wordt, en geef er voorbeelden
van. Hoeveel tijden heeft de aantoonende wijs en lioeveel de
aanvoegende wijs? Waarom ook geen acht tijden? Geef een
paar voorbeelden, waaruit blijkt, dat vroeger de uitgang van
den sterken tweeden naamval es was. Noem eenige woorden,
die alleen in het meervoud voorkomen. Worden de onregel-
matige werkwoorden ook verdeeld in sterke en zwakke? Van
welke woorden kunnen werkwoorden gevormd worden? Voor-
beelden. Hoe noemt men die werkwoorden? Wat zijn in-
tensieven? Noem eenige voorvoegsels, die werkwoorden helpen
vormen. Iemand staat voor____? Kent gij meer woorden , waar
een letter achtergevoegd is? Welke tweede naamvallen kent gij ?
Welke woorden schrijft men met de zachte e, welke met ie?
Rekenen.
Een vraagstukje uit het hoofd te berekenen. Wat is de
inhoud van eenen cilinder? Wat is de inhoud eener piramide?