Boekgegevens
Titel: Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Auteur: Jong, S. de
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5150
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202771
Onderwerp: Onderwijs: beroepsonderwijs
Trefwoord: Examenopgaven, Pedagogische academies
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
Teekenen.
Voltooit den kubus, en geef rekenschap
van den loop der lijnen. Maak aan dezen
kubus een deksel, dat open staat onder een
hoek van 45°. Teeken een kubus, die op één
punt staat. ïeeken de projectie van een kruis
(vertikale en horizontale). Als de kinderen deze kromlijnige
figuur (zij was op een stukje papier geteekend) moesten
teekenen, welke hulplijnen zoudt gij hen dan laten trekken?
Gegeven de horizon. Teeken nu de kromme lijn a. Teeken
deze lijn ook, wanneer wij de figuur naar boven verlengen.
Kan de boog a ooit een hal ven cirkel worden?
2. DRENTE.
1.
Nederlandsche Taal.
Lezen: een stukje poëzie in proza weergeven. Beteekenis
van enkele woorden. Synoniemen en het verschil opgeven.
Pleonasmen. Ironisch gebruikt.
Eenen zin ontleden. (Hoofdzin, gezegdezin, onderwerps-
zin en nog weer een hoofdzin.) De bedoeling is, dat.....Wat
is is hier? Welken dienst doet de gezegdezin? Wanneer
staat een naamwoord in den eersten naamval? Waarin stemt
het zelfstandig naamwoord met de bijstelling overeen? Ook
van de bepaling van gesteldheid en het zelfstandig naam-
woord, waarbij het behoort. Verbuig het aanwijzend voor-
naamwoord die. Verbuig het betrekkelijk voornaamwoord die.
Wanneer gebruikt men die, wanneer tvie? Zoogen met één-
of twee o's. Waarom? Hoe noemt ge zulk een werkwoord?
Wat zijn causatieven ? Noem de voornaamwoorden op. Hoe
kunnen zij gebruikt worden? Gebruik deze en die zelfstandig
en bijvoeglijk in zinnen. Welke opmerkingen weet gij aan-
gaande de woorden: desnoods, destijds, dergelijke, dermate.
Rekenen.
Hoe bepaalt gij den grootsten gemeenen deeler van twee
getallen? Bewijs, dat de grootste gemeene deeler van twee