Boekgegevens
Titel: Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Auteur: Jong, S. de
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5150
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202771
Onderwerp: Onderwijs: beroepsonderwijs
Trefwoord: Examenopgaven, Pedagogische academies
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Vorige scan Volgende scanScanned page
Wat zijn causatieve werkwoorden? Noem er eenige. Ver-
klaar, dat leiden komt van lijden.
Hij kan teel verdronken zijn. Vertel alles, wat gij weet
van „kan." Hoe verdeelt men de hulpwerkwoorden? Noem
de hulpwerkwoorden van tijd. Die plaatsen zijn door een
tram verhonden. Welke betrekking wordt uitgedrukt door
het voorzetsel door? Geef andere betrekkingen van dit voor-
zetsel op. Wiens hrood men eet, diens woord men spreekt.
Vertel, wat gij weet van „wiens". Maak den volzin „men
noemt hem Jan" lijdend. Wat gebeurt er, als men een zin
in den lijdenden vorm zet? Nog andere zinnen lijdend
maken. Waarop moet men vooral letten? (tijd). Wat zijn
denominatieve werkwoorden? Noem er eenige. Wat zijn
frequentatieve werkwoorden? Noem er eenige.
Rekenen.
Een getal van het eene talstelsel in een ander overbrengen.
Wat is een talstelsel? Ue eigenschappen der evenredig-
heden opnoemen. Enkele eigenschappen bewijzen. Hoeveel is
12x12x12? Waardoor is het product deelbaar? Deel het pro-
duct door 3. Nog eeus door 3. Deel het komend quotiëut weer
door 3. Hadt gij vóóraf reeds kunnen zeggen, dat 64 het laatste
quotiënt zou zijn? Waaraan is 64 nu gelijk? (= 2").
Verander een driehoek in een vierhoek van gelijke grootte.
Wat is het grootst: een vierkant of een rechthoek, als hunne
omtrekken gelijk zijn? Welke figuur zal van eenige van ge-
lijken omtrek het grootst zijn? (De regelmatigste.)
Verklaar 345 x 678. Geef op, welke eigenschappen gij
toepast. Een verschil wordt met een getal vermenigvuldigd,—
Past deze eigenschap toe bij het hoofdrekenen. Welke andere
rekenkundige eigenschappen kunt gij bij het rekenen uit
't hoofd toepassen? Hoeveel is 27 x 37? Hoe rekent gij dit
gemakkelijk uit? Noem de eigenschappen der vermenig-
vuldiging op. Wat is een gedurig product?
Onderwijs en Opvoeding.
Beschrijf de nieuwe school van Gestel. Waarop zoudt gij
vooral letten bij het bouwen van eene nieuwe school? Zet
uiteen, hoe gij het getalbegrip 8 zoudt aanbrengen. Geef op
de voordeelen van klassikaal onderwijs. Ook de nadeelen.
Beschrijf de leesmethode van Noyons. Welke vooroefeningen
gebruikt Noyons? Geef op de voornaamste artikelen der Wet
op het Lager Onderwijs. Hoe luidt art. 33?