Boekgegevens
Titel: Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Auteur: Jong, S. de
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5150
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202771
Onderwerp: Onderwijs: beroepsonderwijs
Trefwoord: Examenopgaven, Pedagogische academies
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
waar vindt men ze? Hoe groot is Celebes, Java, Sumatra,
Borneo? Kent ge ook een eiland in de O.-I. Archipel, on-
geveer zoo groot als ons vaderland? (Timor.) Welk eilandje
in de nabijheid van Timor behoort aan Portugal? Noem
plaatsen op Timor.
Waar ligt Frankfort? Noem de stad, die aan den mond
van de Oder ligt. Kent gij bijrivieren van de Oder? Noem
ze. Waar ligt Genua, waar Guinea, waar Guyana? Hoeveel
(niyaua's kent gij ? Noem de lioofdplaatsen. Nederlandsch
Guyana draagt nog een anderen naam. Welken?
Noem plaatsen in Friesland. Welke spoorwegen zijn u in
Friesland bekend? Wat voor bijzonders weet ge van Sneek?
Wat weet ge van Franeker, wat van Harlingen? Wat voert
Harlingen vooral in? Waarvoor dient het katoen en garen?
(Twente.) Hoe groot is Friesland? Hoeveel inwoners telt het?
Hoeveel percent woesten grond? Hoeveel percent bouwland
en weiland ? Noem nieren iji Friesland. Wat weet ge van
die meren? Waar vindt ge de Nieuwe Vaart in Friesland,
waar de Rijn in Friesland? Noem de monden van de Oder
en de verbindingen door kanalen van de Oder met de andere
(welke?) rivieren. Waar ontspringt de Oder?
II.
Nederlandsche Taal.
Lezen uit eene verzameling prozastukken van Leopold,
n.1. het stuk ,Geestdrift".
zijn menschen. Vertel alles, wat gij weet van zijn. Met een
plastischen term. Wat be'teekent „plastischen"? Zet voor het
znw. term een ander bijvoegelijk naamwoord {een geijkte term).
Wat is een geijkte term? Waar spreekt men nog meer van
termen? Waar hij ook gaat, overal..... Benoem den zin
„waar hij ook gaaf'. Was hij gekomen., dan..... Benoem
den zin „ivas hij gekomen". Wat hebt gij aan te merken op
de woordschikking van dezen zin? Er zijn menschen, die
men..... Wat is die voor een woord? Waarmee stemt het
betrekkelijk voornaamwoord overeen met zijn antecedent?
Maak zinnen, waarin het betrekkelijk voornaamwoord is
1® naamval en het antecedent 4® naamval, één waarin het
eerste is 2® naamval en het tweede 1® naamval, één waarin
het eerste is 2® naamval en het tweede 2® naamval, één
waarin het eerste is 1® naamval en het tweede 3® naamval.