Boekgegevens
Titel: Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Auteur: Jong, S. de
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5150
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202771
Onderwerp: Onderwijs: beroepsonderwijs
Trefwoord: Examenopgaven, Pedagogische academies
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Vorige scan Volgende scanScanned page
iVWsrlandsch Schoolmuseum
Prirjsengracht 15) bij ds Prinsenstraat ]
reis mocht garen, '
Wat schatten hij op
Hoe gastvrij ook de vreemd)S^ij\j^3i'pip; pQ a jvyj
Het „Welkom thuis
Gelukkig, me die vreugd beleeft j
Wie, onver vreemd en onvergeten,
Zich eens weer ,Welkom thuis" hoort heeten
Door air, die hij verlaten heeft.
a. Geef dit gedichtje in proza weer.
b. Ontbind het in zinnen, met aanduiding van het ver-
band, en ontleed de gecursiveerde woorden taalkundig.
3. Verklaar ée'n der volgende tweetallen uitdrukkingen,
en bezig die figuurlijk in flinke zinnen:
a. 1. Niet over ijs van één nacht gaan.
2. Het hoofd boven water houden.
b. 1. Met vuur spelen.
2. Iemand H gras voor de voeten icegmaaien.
4. Insgelijks één van de volgende tweetallen woorden:
a. 1. Aarden (werkwoord). h. 1. Veldtvinnen.
2. Richtsnoer. 2. Belhamel.
5. Gebruik in goede zinnen :
a. 1. Doortastend en doorslaand. b. 1. Langdurig eu duurzaam.
2. Verkieslijk en verkiesbaar. 2. Openlijk en openbaar.
B. Rekenen.
1. 40 KG. koffie en 52 KG. thee kosten samen f l(i(),
maar als de prijs der koffie 3 »/„ rijst en die der thee 4''/o
daalt, dan betaalt men voor die hoeveelheden in 't geheel
f 4,12 minder. Hoeveel geldt het KG. van ieder?
Antwoord: De koffie f 0,90, de thee f 2,50.
2. A. arbeidt aan zeker werk 10 dagen en B. over } van
hetgeen overblijft 17.1 dag, waarna zij het samen in 20 dagen
voltooien. In hoeveel dagen hadden zij gezamenlijk het werk
kunnen afmaken en wat komt elk toe van de f 360, die
er voor betaald wordt?
Antwoord: A. 80 en B. 60 dagen.
3. Herleid de evenredigheid:
(,r-3) : (ir-1) = (28-a-) : (31-.r)
tot de gedaante: 1:1= een bekend getal : r,
door toepassing van de eigenschappen der evenredigheden,
uitgezonderd de hoofdeigenschap.
Antwoord: 1 : 1 = 13 : r.
IIULPACTE '94. O