Boekgegevens
Titel: Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Auteur: Jong, S. de
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5150
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202771
Onderwerp: Onderwijs: beroepsonderwijs
Trefwoord: Examenopgaven, Pedagogische academies
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
den geheelen weg meer afgelegd dan Q., en 50 minnten later
was P. LJ maal zoover van A. verwijderd, als Q. van B.
Hoe laat was Q. vertrokken?
Antwoord: Om 10 uur.
5. Een rechthoekig stuk land is lang 10 roeden, 8 voet
en 11 duim en breed 5 roeden, 7 voet en 10 duim, Rijnlandsche
maat. Zoek met behulp van het twaalftallig stelsel hoeveel
□ roeden, □ voet en □ duim dat stuk land groot is, en
voeg de bewerking bij de oplossing. De uitkomst opschrijven
in het tientallig stelsel (1 roede = 12 voet, 1 voet = 12 duim).
Antwoord: 60 □ roeden, 35 □ voet en 58 □ duim.
D. Opvoedkunde.
Behandel één der volgende onderwerpen:
1. De ondervinding is de beste leermeesteres; in hoe-
verre is dit eene les voor den ouderwijzer?
2. De school leide op voor het leven. Hoe richt gij uw
rekenonderwijs in om aan dien eisch te voldoen?
E. Aardrijkskunde.
Van ieder stel één opgaaf te beantwoorden:
I. 1. Vergelijk de provincie Utrecht met Friesland.
2. Beschrijf het stroomgebied van de Po. Denk aan de
zijrivieren, wegen en aanliggende steden.
II. 1. Sumatra. (Ligging, verdeeling, voortbrengselen, enz.).
2. Het Belgisch Maasdal.
9. ZEELAND.
A. Nederlandsche Taal.
1. Opstel naar keuze:
1. Verhuizen.
2. Tegen stroom is het kwaad roeien.
3. De eerste lentedagen.
2. ,WELKOM THUIS!"
Dat is voor hem een blijde groet,
Die onizivierf over land en stroomen,
En eindlijk veilig thuis mag komen,
Waar hij de zijnen weer ontmoet.