Boekgegevens
Titel: Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Auteur: Jong, S. de
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5150
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202771
Onderwerp: Onderwijs: beroepsonderwijs
Trefwoord: Examenopgaven, Pedagogische academies
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Toon u groot, door dit te toonen:
Dat de kennis is een mactt.
Die, al breken koningskronen,
En al vallen vorstentronen,
Nooit ten onder wordt gebracht.
2. Breng van den volgenden zin hetgeen in. den be-
drijvenden vorm staat in den lijdenden, en omgekeerd:
Verheider noemt men in de geschiedenis van ons land den
zoon van Margaretha van Henegommn, Willem den Vijfdenj
omdat hij verbeidde of verwachtte dat de regeering over het
graafschap Holland hem zou worden opgedragen.
3. Een opstel over één der volgende onderwerpen:
a. Yoor en na, het examen.
b. De sterrenhemel.
c. Er komt een bui op!
B. Schrijven.
Bovenstaande zin uit No. 2 Nederlandsche taal; ook de cijfers.
(Een regel groot, een regel middelsoort, twee regels klein
staand en loopend.)
C. Rei(enen.
1. Een vat, welks inhoud 37 L. en 23 cL. bedraa^, is
geheel gevuld met kwikzilver en water, en bevat van beide
stoffen evenveel aan gewicht. Als dit vat in het geheel
77.06 KG. weegt, en het soortelijk gewicht van kwikzilver
13.6 bedraagt, hoe zwaar is dan het ledige vat?
Antwoord: 7.7 KG.
2. Iemand ontving voor den Meter van zekere stof twee-
miial zooveel boven de f 5, als de inkoopsprijs van eeu
Meter er beneden was, en won zoodoende 12j"' „ oï f 30,60.
Hoeveel Meter heeft hij verkocht?
Antwoord: 51 M.
3. De som van teller en noemer eener breuk is 87. Ver-
mindert men teller en noemer beide met 1 van den noemer,
dan wordt de waarde der break door 1.44 gedeeld. Welke
is die breuk?
Antwoord: IJ.
4. 's Morgens om 8 uur ging P. van A. naar B. eu
legde 4 KM. per uur af. Later ging Q., die 5 KM. per uur
aflegt, langs denzelfden weg van B. naar A. Op het oogeu-
blik, dat P. en Q. elkander voorbygingen, had P. het vau