Boekgegevens
Titel: Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Auteur: Jong, S. de
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5150
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202771
Onderwerp: Onderwijs: beroepsonderwijs
Trefwoord: Examenopgaven, Pedagogische academies
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
Eeu plekje waar hij blijven,
En vrede zoeken wou,
Waarheen zijn drooinen drijven
Met stille liefde en trouw.
Voor mij, schoon mijn verlangen
, Soms dwaalde heinde en veer;
Al hoorde ik tooverzangen
Aan 't dichterlijke meer;
Al staarde ik op de reize
Vol plannen wel in 't rond,
En sprak na lang gepeinze:
Zoo hier ons kluisje stond?
Toch, Hollands rozentuinen,
U bleef mijn hart verpand.
Op Hollands blonde duinen
Prijs ik mijn eigen land!
ü heb ik uitgelezen.
Mijn bosch en duin en dal.
Daar half mijti thuis mocht wezen,
U eer ik, boven al.
2. Gebruik de woorden ontrouw en trouweloos in zinnen,
en bepaal het verschil er tusschen.
3. Bezig de volgende uitdrukkingen in flinke zinnen:
zich bepalen tot, veronachtzamen,
zich gebonden achten door, op iets afgaan,
klippen weten te ontzeilen, zich op den voorgrond plaatsen.
4. Wat weet gij van de overeenstemming in buigingsvormen
tusschen het onderwerp en het werkivoordelijk gezegde?
5. Opstel:
De plicht is de plaag en toch de vriend van den mensch.
B. Rekenen.
1. Deelt men de som van drie getallen door het kleinste,
dan bekomt men 5|; deelt men die som door 't middelste,
dan verkrijgt men 3r'j- Druk de verhouding van deze drie
getallen in de kleinste geheele getallen uit.
Antwoord: Als 6 : 11 : 17.
2. Iemand verkoopt van eene partij rogge het | deel
tegen f 6,40 en de rest a f 5,50 den HL. Als nu de winst
"p de eerste partij tot het verlies op de tweede partij staat
's 6 : 5, hoe duur is dan 1 HL. ingekocht?
Antwoord: /■ 5,80.
O