Boekgegevens
Titel: Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Auteur: Jong, S. de
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5150
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202771
Onderwerp: Onderwijs: beroepsonderwijs
Trefwoord: Examenopgaven, Pedagogische academies
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hulp-acte: schriftelijke werkzaamheden, gevolgd door eenige mondelinge verslagen van de examens, gehouden in April 1894 voor de acte van onderwijzer en onderwijzeres
Vorige scan Volgende scanScanned page
2. «. Waartoe acht ge eeue goede schoolorde noodzakelijk?
b. Van welke middelen kunt gij tot handhaving der
orde gebruik maken ?
c. Welke maatregelen acht gij de geschiktste?
XB. Buigingsuitgangen niet te verwaarloozen.
4. GELDERLAND,
A. Nederlandsche Taal.
1. Opstel: De winteravonden.
2. Jfle gloeit voor recht en rede,
Dien noem ik mijnen man!
En vraagt hij: doet gij mede?
Zoo doe ik, wat ik kan.
a. Ontbind het bovenstaande in zinnen, en benoem deze.
b. Ontleed de gecursiveerde woorden taalkundig.
c. In welken naamval staat man (regel 2)? Waarom?
d. Welke bijzinnen kunnen door zoo worden ingeleid?
e. Hoe kan wat (regel 4) nog anders voorkomen?
f. Bijwoordelijke bijzinnen worden niet altyd door
voegwoorden ingeleid. Toon zulks aan.
3. In eens anders zog varen.
Iemand de loef afsteken.
Zijne sporen verdiend hebben.
Aan lagerwal geraken.
Zijne woorden op een goudschaaltje wegen.
a. Verklaar drie van bovenstaande uitdrukkingen;
m. a. w. leid de figuurlijke beteekenis af uit de
eigenlijke.
b. Gebruik daarna die uitdrukkingen in zinnen.
, V B. Aardrijkskunde.
De Maas van haren oorsprong tot aan zee.
C. Schoonschrift.
Jan Carel Joseihus van Speyk liet zich op 5 Februari
1831 op de Schelde voor Antwerpen in de lucht vliegen en