Boekgegevens
Titel: Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Auteur: Edelman, H.
Uitgave: Veendam: Æ.E. Kluwer, 1891
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3656
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202764
Onderwerp: Geneeskunde: anatomie (geneeskunde)
Trefwoord: Anatomie, Menselijk lichaam, Spieren, Bewegingsleer, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPIEREN.
Die deelen van het menscheUjk lichaam, welke dienen tot het voortbrengen
van beweging, noemt men spieren.
Men verdeelt ze in 2 soorten, nl. de spieren voor de willekeurige en die
voor de onioillekeurige bewegingen.
De eersten, waarmede de aanstaande gymnastiek-onderwijzer zich zal moeten
bezighouden, zijn dwars gestreept, hechten zich aan beenderen, kraakbeende-
ren, enz. en vormen met de zenuwen en bloedvaten, die tusschen hare vezelen
in verloopen, het zoogenaamde vleesch van het lichaam. Ze zijn meestal aan
onzen wil onderworpen. De spieren voor de onwillekeurige beweging z^jn uit
gladde spiervezels samengesteld (behalve het hart, welks wanden uit dwars-
gestreepte spieren bestaan); we vinden ze in de wanden der inwendige
organen; ze trekken zich tengevolge van andere prikkels samen en zyn niet aan
onzen wil onderworpen. De spieren bestaan uit vezelbundels, deze weder uit
vezels^ die men weder in primitief-vezels splitsen kan. De spiervezelbundels
worden omsloten door eene dunne, maar stevige scheede van een over't alge-
meen vezelig weefsel, dat men bindweefsel noemt De spier, die uit een groot
aantal dergelijke spiervezelbundels bestaat, wordt naar buiten toe omgeven
door een steviger bindweefselomhulsel, de zoogenaamde spiersche^de.
Aan weerszijden gaat de spier over in eene pees, die zich in den regel aan
het geraamte of de kraakbeenderen, doch ook wel aan de huid of andere zachte
deelen vasthecht. Men onderscheidt aan elke spier den oorsprong, den buik
en de aanhechting of inplanting.
Als oorsprong noemt men gewoonlijk het vaste punt, als aanhechting het
beweeglijke punt; doch het is niet altijd gemakkelijk aan te geven, wat de
oorsprong en wat de inplanting moet genoemd worden.
Naar haren vorm onderscheidt men de spieren in de volgende soorten:
lo. Breede spieren (voornamelijk aan den romp).
Lange spieren (aan de ledematen).
30. Dikke spieren (in de diepere spierlagen).
Naar den arbeid, dien zij verrichten, maakt men onderscheid tusschen samen-
werkende spieren (synergisten) en elkander tegenwerkende spieren (antagonisten).