Boekgegevens
Titel: Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Auteur: Edelman, H.
Uitgave: Veendam: Æ.E. Kluwer, 1891
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3656
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202764
Onderwerp: Geneeskunde: anatomie (geneeskunde)
Trefwoord: Anatomie, Menselijk lichaam, Spieren, Bewegingsleer, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
m


30
het dijbeen en liecht zich rondom vast aan de gewrichtsvlakte van
het scheenbeen, tervvyl de knieschijf er vóór en buiten blijft.
h. De twee tusschenkraakbeenderen.
c. De twee kruisbanden. Deze zijn als een X gekruist in het gewricht,
ontspringen van de ruwe kniekuilsgroeve tusschen de beide knobbels
van het dijbeen en zijn vergroeid met de puntige knobbeltjes van
het scheenbeen.
d. De vleugelbanden, welke als plooien van het synoviaalvlies zijn te
beschouwen.
€. Do buitenste zyband, ontspringt van den buitenknobbel van het
dybeen en hecht zich vast aan het hoofdje van het kuitbeen.
/. De binnenste zyband, ontspringt van den binnenknobbel en hecht
zich vast aan den binnenknobbel van het scheenbeen. De bewegin-
gen zijn buiging en strekking en by gebogen been is ook eenige '
rotatie mogelyk.
In gestrekten toestand bevestigen de zijbanden de beenderen op elkaar. In
gebogen toestand wordt dit door de kruisbanden verricht en beletten deze
tevens, dat de buiging of strekking te ver gaat.
De vereeniging van kuit- en scheenbeen komt tot stand:
a. door het scheen- en kuitbeengewricht,
b. door het tusschenbeenvlies en
c. door de voorste en achterste enkelbanden.
Dit gewricht laat alleen vaneenwyking bij het buigen van den voet toe.
Het voetgewricht, dat het onderbeen en den voet met elkaar vereenigt,
wordt gevormd door de holle vlakte, die aan de onderste vereeniging tusschen
scheen- en kuitbeen overblyft en door het lichaam van het kootbeen.
Behalve den ruimen kapsel vindt men aan beide zijden versterkingsbanden, nl.
drie aan de buiten- en één aan de binnenzijde. De buitenste, voorste en achterste
om den buitenenkel niet het lichaam van het kootbeen, de middelste om den
buitenenkel met den zywand van het hielbeen te vereenigen. Aan de binnen-
zyde een breede band, Deltaband, verbindt den binnenenkel met het lichaam
van het kootbeen en het zydelingsch uitsteeksel van het hielbeen.
Bewegingen in dit gewricht zyn: Buiging en strekking, af- en aanvoering.
Pronatie, d. i. heffen van den buitenrand van den voet en supinatie d. i. heffen
van den binnenrand van den voet, komen tot stand in het gewricht tusschen
het koot- en scheepvormigbeen en in dat tusschen koot- en hielbeen.