Boekgegevens
Titel: Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Auteur: Edelman, H.
Uitgave: Veendam: Æ.E. Kluwer, 1891
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3656
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202764
Onderwerp: Geneeskunde: anatomie (geneeskunde)
Trefwoord: Anatomie, Menselijk lichaam, Spieren, Bewegingsleer, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tabel, aangevende de wijze, waarop de verschillende lichaamsdeelen door hunne spieren bewogen worden ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
kraakbeen bekleede verbindingsvlakken van darm- en heiligbeen. De banden
zijn de volgende:
a. De beursband.
b. De lange en korte versterkingsband, welke komen van den bovensten
en achterondersten darmbeensdoorn en zich vasthechten aan de
zijvlakten van het heiligbeen.
Boven het gewricht bevinden zich:
c. De darmlendenbanden, komen van de dwarse uitsteeksels van den
4fn en lendenwervel en hechten zich vast aan den darmbeens-
knobbel en het heiligbeen.
Het gewricht laat eenige verschuiving toe, doch deze is zeer gering.
De sehaamheensvereeniging is een ware symphyse, en wordt bijna geheel door
'de banden in hare bewegingen belemmerd. Men vindt er den ondersten en
bovensten ringband.
Het heup- of di^gewricht, waardoor heup- en dijbeen met elkaar vereenigd
z\]n, is een vrij gewricht.
De bewegingen kunnen, behoudens de stremming tengevolge der overlang-
sche en kringsgewijze vezelen, om alle assen geschieden.
De banden zyn:
a. De beursband, die op eenigen afstand van den rand ontspringt,
omsluit den kraakbeenigen ring en hecht zich aan de voorzijde met
stevige vezelen vast aan de tusschendraaiersiyn, aan de achterzijde
aan den hals van het dijbeen.
Overlangsche vezelen, of N-vormige banden, ook bekend onder de
namen:
b. Bovenste darmdijbeensband. *
c. Voorste „ , en
d. Schaamdijbeensband,
versterken den beursband, komen van den voorondersten darmbeen.^-
doorn, van de bovenzijde van het gesloten gat en van de voorvlakte
van den bovensten schaambeenstak en hechten zich vast aan den
grooten draaier, kleinen draaier of daarboven en stremmen het aan-
en afvoeren, rugwaartsheffen en buitenwaartsrollen van het been. Als
het dijbeen gestrekt is, zijn deze strooken om den dijbeenshals gespan-
nen en spiraalsgewijze daarom gewonden.
e. De ringband ontspringt en eindigt in het kapsel en
/. De ronde dijbeensband, waarvan de werking nog niet met zekerheid is
te bepalen. Hij bevindt zich in de gewrichtsholte, die, bekleed door het
synoviaalvlies van het gewricht, van de groeve van het dijbeens-
hoofd naar de groeve in de heupkom loopt.
Het kniegewricht wordt gevormd door het dijbeen met het scheenbeen en
behoort tot de scharniergewrichten. Banden zijn:
a. De beursband, omgeeft als een wijde zak het gewrichtsuitsteeksel van